Communicatie. Het is waarlijk een wetenschap. Ik kan het weten. Ik heb, hoewel je dit niet zou verwachten, een redelijk intensieve opleiding management op zak, bekroond met een diploma en al. Daar is communicatie een wezenlijk onderdeel van. De ijdele hoop dat ik het zelf op juiste wijze toepas is helaas ver te zoeken, maar ik weet wel hoe anderen zich dienen te gedragen communicatietechnisch. En laten we eerlijk zijn, er is ruimte voor verbetering. 

Ik zit gisteren bij een presentatie van mijn voormalig werkgever (hedendaags leverancier/partner) als een meneer ten tonele verschijnt die begint over communicatie. En ik ga er even voor zitten. “Daar weet ik wel wat van…” Het onderwerp betreft ICT en hoe dit de hedendaagse communicatie beïnvloed. Aandachtig luister ik naar de man als hij een snaar raakt die gevoelig is. “Communicatie is niet zozeer een probleem van de generatie die innoveert, maar de generatie waarvoor alle innovaties bedoeld zijn.” 

Ik quote, voor zover ik het me juist kan herinneren;Kinderen vragen niet meer, kinderen geven opdrachten. En daar is de door eerdere generaties aangeleverde innovaties debet aan. Google home, Siri enz. verwachten geen vraag, maar een opdracht.” En ik lazer zowat van mijn stoel. Waar heb ik dit eerder gehoord? Ik kan me herinneren dat op de basisschool (1989, mind you) zit, en dat juffrouw Julia mij uitlegt dat een computer een “dom apparaat” is, dat alleen maar doet “wat de gebruiker er van vraagt“. Niets aan gelogen, toen al. 

Hoewel ik die exacte filosofie mij redelijk eigen heb gemaakt (lees; ik verdien er mijn geld aan) heeft het tot gisteren geduurd voordat ik mij heb gerealiseerd dat dit ook een groot deel van mijn eigen gedrag heeft bepaald tot nu toe. Laten we realistisch zijn; ik ben een 104 centimeter grote meneer, maar heb een smoel groter dan mijn ego. Vooral omdat ik gewend ben dat wat ik op een toetsenbord wegzet als opdracht voor een verwerkingseenheid in mijn computer, alleen mijn eigen waarheid is. Fout of goed, dat boeit niet, de computer doet precies wat ik wil. Enerzijds briljant, anderzijds…

Anderzijds viel dus gisteren voor mij het kwartje dat dit precies is wat er mis is met ICT’ers ~ mij. En onze jeugd, en dus onze koters. Lees; wij computernerds programmeren de hele tyfuszooi om maar zo efficiënt mogelijk te zijn, maar we vergeten daarbij dat de eindgebruiker moreel gezien ook van waarde moet zijn. Ik bedoel dan niet op een deugdelijke wijze (immers mag je Siri ook niet vragen of ze je reet wil likken) maar juist op een menselijke wijze. En nee, je hoeft je muis niet lief te vragen of hij alsjeblieft wil klikken, maar blijf bij me. 

Naast het moreel vraagstuk, is het namelijk een opvoedkundig vraagstuk. Hoe bewaak je dat de wijze waarop wij omgaan met technologie niet de menselijkheid in ons kroost onderuit haalt? Het houdt me bezig. Ik merk dat ik het erg belangrijk vindt. Ter illustratie; ik betrap me er steeds vaker op dat ik, naast mijn eigen kinderen, ook anderen afreken op hun gedrag. Bijvoorbeeld aan de kassa schoffeer gerust schaamteloos ik een dame die onbeleefd is, omdat woorden als “alstublieft” en “dankuwel” tegen een kassier op dit moment overbodige woorden geworden lijken te zijn. In alle realiteit lijkt het erop dat als we momenteel iets van iemand anders verlangen, we onze eisen gewoonweg uit ons keel persen alsof we Siri bevelen ons mede te delen wat voor weer het wordt vandaag. We stellen geen vragen meer, we geven opdrachten. En daar moeten we wat mij betreft mee stoppen. Doe eens beleefd, lul. 

Nou ja, dat wil zeggen; duidelijkheid kan ook helpen… Hier in huis is subtekst juist weer een trend. En dat is wellicht nog irritanter. Als de katten bijvoorbeeld willen eten, gaan ze onaangekondigd achter mijn hielen staan waardoor ik abrupt achterover flikker als ik terug wil naar de woonkamer. Jawel, de boodschap komt over, maar goed. En dan de manier waarop onze oudste dochter een glas limonade vraagt, is vooral door haar ongenoegen te uiten; “Ik heb dorst!“. Je kan er niets mee, behalve aannames doen. “Met ik een waterput aanboren, of ga je er aan onderdoor..?” En dan mijn eigen vrouw; die begint haar dialogen geregeld met volzinnen als “Je was weer eens niet aan het luisteren?“. Ik vindt het een rare manier om een gesprek te starten, maar goed, dat zal aan mij liggen.

Ergens lijkt er met mij dan weer niet te communiceren krijg ik het idee, en daar snap ik niets van. Hoe dan ook, laten we alsjeblieft beleefd blijven. Mensen zijn geen apps.

Dankuwel voor uw aandacht, 

Mario