“Ik huil niet, ik lek traanvocht.” ~ 29 oktober 2013, omstreeks 15:50. Femke ligt high van de Betadine in een hoekje (volkomen uit elkaar getrokken) naar de plafondtegels van het Maasstad Ziekenhuis in Rotterdam te staren als aan de andere kant van de kamer ik de tranen uit mijn ogen sta te wrijven. Na een kort moment van extreme chaos, bloed en keihard persen was ik gesloopt werkelijk. Jezus, wat een ervaring… Werkelijk geen idee hoe de vrouw dit ervaart, maar wij mannen hebben het maar zwaar.

De gehele bevalling was een exercitie op zich werkelijk. Van een surreëel beeld van mijn, met een spuit Betadine in de bloedbaan gespoten, vrouw, al “alle duiven op de dam, sjalalalie..” zingend tijdens de persweeën, tot mijn complimenten aan het krijsend voorwerp aan toe. “Lekker bezig, Freek” … zij; “Freek Willem” (waargebeurd.) Het hele gebeuren ging er wat mij betreft maar heftig & behoorlijk maf aan toe. Alles was ruis. Mijn gedachten schoten van hot naar her. Ging het nu wel goed, of niet? Kan ik tijdens dit proces nog wat betekenen? Nee? Mooi, dan ga ik even Candy Crushen…

Wat op zo’n moment in een academisch ziekenhuis overigens heerlijk bijdraagt aan de rust en duidelijkheid, is zo’n bataljon aan ongeïnformeerde verpleegsters, 14 leerling-verpleegkundigen, 2 discussiërende verloskundigen en 3 nonchalante gynaecologen. Het voltallige ziekenhuisleger heeft de kamer ten minste een keer of 3 bezocht, alvorens er (ineens) op basis van besluit van gynaecoloog 2 met allerlei spannende technieken ineens een baby uit de krochten van mijn vrouw wordt getrokken. En dan is het ineens echt even heel spannend…

Immers, zo’n baby-apparatus dient na de eerste ademteug middels een subtiel huiltje te laten weten dat het leeft, anders mag je als kersverse pappie het hele gebeuren verlaten, en hopen dat er wonderen gebeuren. Ik was er niet heel bang voor, maar het idee bleef wel even hangen. Natuurlijk. We waren er redelijk~ totaal nog niet klaar voor om het kind mee naar huis te nemen, op papier mocht het elk moment komen en in de armen gesloten worden. Daar hadden we al even naar uitgekeken. Maar áls het dan toch fout gaat bij de bevalling stort je wereld in, lijkt mij dan. Enfin, het verschrikkelijke wachten was op het eerste, lieve & kleine huiltje van onze eerstgeborene. En als vader ben je daar instinctief naar op zoek. Ik wel tenminste.

Tussen alle rumoer, het gehannes met liters vruchtwater, een liter of 4 aan bloed, het “GOED GEDAAN HOOR! NOG EVEN DOORPERSEN, WEET JE OOK EENS HOE HET VOELT!” <– was mijn schoonmoeder overigens, 5 brakende leerling-verpleegkundigen, stond ik aan de zijlijn. En het gekke wil, ik hoorde niets van alle gekheid om me heen. Ik had mijzelf namelijk afgestemd op komopnoujankkleinkrengjank.fm. Met een soort oergevoel stond mijn hele wezen paraat om in te grijpen als het onverhoopt mis ging. Maar, zo weten we nu; het ging niet mis. Hallelujah… Nog geen 10 seconden na het verlaten van wat een 9 maanden warm bad geweest moest zijn, begon onze oudste te gillen. “GEEF MIJ MIJN WARMTE TERUG!” (moet het hebben betekend, denk ik…)

Het is dan ook op dat exacte moment dat ik eventjes emotioneel instort. Ik had mezelf heel groot gehouden. Ik had mezelf alle emotie ontkend, 9 maanden lang. Misschien uit een soort van irrationele angst, misschien uit zelfbescherming, ik weet het niet helemaal. Maar bij het horen van dat huiltje, viel er een blok van mijn schouders. Het was gelukt. Een prachtig huiltje, werkelijk. Toen dan. Iets later niet meer, iets later kon dat huiltje wat mij betreft heerlijk de galkrampen krijgen, moest het vooral gehoord worden in Centraal-Amerika, halverwege de Amazone, maar niet thuis. Dit volledig terzijde…

Enfin. Na de constatering dat onze eerstgeborene ook daadwerkelijk lang genoeg in onze 3(kid)D(s) printer (*Femke) had gezeten en dus voldoende gecompileerd was om het levenslicht te zien, kwam ik bij zinnen. Ik knuffelde mijn schoonmoeder, die ons het gehele proces had begeleid, negeerde alle murmelende professionals & stormde op Femke af. Ik wilde haar complementeren met haar prestatie, een ferme handdruk geven en toch echt even gaan roken. Mijn rol was daar voor even uitgespeeld. Ik kon er niets meer aan doen, al zou ik het willen. Vanaf nu waren we pappa en mamma. Oppakken en wegwezen.

Fast forward; het is nu 5 jaar later, en niet veel is veranderd. Dat wil zeggen; het apparaat is (snoeihard, allemachtig) gegroeid, weet nog steeds (snoeihard, allemachtig) te huilen, brengt pappa nog steeds (snoeihard, allemachtig) aan het huilen (om andere, vaak financiële redenen) en heeft inmiddels een extra (snoeihard, allemachtig) attribuut in de vorm van een zusje om nog meer dood en verderf te zaaien in onze nabije omgeving. Het is een tot op het morbide te noemen kopie van haar moeder, met mijn ogen. En ik ben (snoeihard, allemachtig) trots. Op alle 3 de Femke-kopieen. 

En dus. Dochter versie 1 (In verband met de AVG/GDPR houden we je naam nog steeds uit de media.) , van harte gefeliciteerd met je vijfde verjaardag. Wij houden (snoeihard, allemachtig) van jou. 

X

Pappa & Mamma.